De nieuwe Arbeidsmarkt naar opleiding en beroep tot 2022 is uit!

December 2017 - Nederland, Noord-Brabant, Limburg, Drenthe, Utrecht, Aansluiting onderwijs en arbeidsmarkt

Afgelopen week is de nieuwe editie van de rapportage ‘De arbeidsmarkt naar opleiding en beroep tot 2022' uitgekomen. In deze tweejaarlijkse rapportage voortvloeiend uit het Project Onderwijs Arbeidsmarkt (POA) publiceert het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) haar meest recente arbeidsmarktvoorspellingen voor de middellange termijn. In dit artikel staan we stil bij de belangrijkste bevindingen uit het rapport.

Dalende werkloosheid over gehele linie. Desondanks grote verschillen tussen verschillende groepen

De werkloosheid daalt over de hele linie, gemiddeld naar 5,4%, maar er blijven grote verschillen tussen leeftijdsgroepen en opleidingsniveaus. Bovendien uit de aantrekkende economie zich vooralsnog alleen in de dalende werkloosheid. Loonstijgingen blijven grotendeels uit voor lager en middelbaar opgeleiden.

Landelijk is de werkloosheid het sterkst gedaald onder jongeren, maar tegelijkertijd is deze met 9,7% nog steeds fors hoger dan onder de ouderen (5,9%). Terwijl de werkloosheid voor alle opleidingsniveaus daalde, is het gemiddelde uurloon voor laagopgeleiden verder afgenomen, terwijl dit uurloon is gestagneerd bij de middelbaar opgeleiden en is gestegen onder de hoger opgeleiden.

In kwartaal 3 van 2017 lag het werkloosheidspercentage landelijk nog lager: 4,5%. Van de aan het Arbeidsmarktdashboard deelnemende provincies ligt de werkloosheid in kwartaal 3 van 2017 in Utrecht en Noord-Brabant met 4,0% lager dan het landelijk gemiddelde. In Limburg was nog 4,6% van de beroepsbevolking werkloos, terwijl dit in Drenthe 4,7% was.

Werkgelegenheid groeit met 520.000 werkenden in de komende zes jaar

Volgens het ROA komen er jaarlijks 1% werkenden bij. Dit leidt tot 2022 tot een uitbreidingsvraag van ruim een half miljoen werknemers. De grootste werkgelegenheidsgroei zal plaatsvinden in de zorgsector, waar de gemiddelde jaarlijkse groei maar liefst 3,1% zal bedragen. Daarnaast groeien ook de sectoren groothandel (1,9%), specialistische zakelijke dienstverlening (1,8%) en bouwnijverheid (1,7%) bovengemiddeld hard.

De verwachte werkgelegenheidsgroei uit zich in een relatief sterke groei in het aantal zorg en welzijn beroepen (1,7%) en het aantal technische beroepen (1,3%). In de pedagogische beroepen is de groei veel geringer (0,3%), terwijl er in de agrarische beroepen nog steeds krimp blijft (-0,6%).  

Het aantal baanopeningen zal in de komende zes jaar zo’n 2,1 miljoen bedragen, waarvan bijna driekwart op het conto van de vervangingsvraag zal komen (1,5 miljoen baanopeningen). De grootste vervangingsvraag zal gaan optreden in de agrarische beroepen en in de transport en logistiek beroepen, al ligt dit bij de tweede beroepsklasse vooral aan het relatief grote deel scholieren en studenten met kleine deeltijdbanen. Wat betreft vervangingsvraag naar opleiding, is er vooral veel vervangingsvraag voor de opleiding hbo en wo techniek (5% per jaar) en hbo onderwijs (4,4%) per jaar. De vervangingsvraag is het meest gering voor de opleidingen mbo 2/3 groen en mbo 4, hbo en wo economie (rond de 2% per jaar).

Kwalitatieve toename van de arbeidsmarktinstroom, de aantallen stagneren

Tot en met 2022 zullen er ruim 1,6 miljoen werkenden tot de arbeidsmarkt toetreden, welke grotendeels recent gediplomeerden zullen zijn. Dit komt neer op 3% van de totale werkgelegenheid per jaar. Ten opzichte van de afgelopen 5 jaar houdt dit een stagnatie in. Tegelijkertijd is er wel sprake van een kwalitatieve toename van de instroom vanwege een stijging in de instroom vanuit hbo en wo en een afname van de instroom vanuit mbo 2/3.

Gemiddeld gezien goede perspectieven op werk, maar grote verschillen tussen niveaus en richtingen

Voor wo-opleidingen zijn de perspectieven goed te noemen, terwijl dit voor mbo-gediplomeerden redelijk is. Voor gediplomeerden van mbo 2/3 zijn de perspectieven het beste voor de technische opleidingsrich­tingen, met name voor mbo 2/3 technische installatie. Bij mbo 4 zijn de perspectieven goed voor groen en techniek, en voor werktuigbouwkunde en metaalbewerking, en voor technische installatie zelfs zeer goed. Ook voor mbo 4 gezondheidszorg zijn de perspectieven goed. Matig echter zijn de perspectieven voor de richting economie op niveaus 2/3 en 4 van het mbo, maar ook op hbo niveau. Op hbo en wo-niveau bieden de richtingen onderwijs, zorg en techniek een goed perspectief. Voor afgestudeerden van hbo werktuigbouwkunde, hbo chemie en hbo bouwkunde en civiele techniek en wo informatica zijn de perspectieven zelfs zeer goed. De meest slechte arbeidsmarktperspectieven op hbo niveau zijn voor de richting communicatie en hotel, vrijetijd en facility management. Op wo niveau zijn dit bedrijfseconomie en logistiek en kunst.

Bron: ROA, CBS.